HBO-Rechten

Ben jij toe aan een volgende stap in je carrière? Wil je je verder professionaliseren of je carrière juist over een andere boeg gooien? De deeltijdopleiding van de Juridische Hogeschool combineert studie en praktijk.  Met HBO-Rechten ben je een breed opgeleid jurist oftewel bachelor of Laws (LLB).

Wil jij meer weten over onze opleiding en ervaren hoe het is om te studeren aan de Juridische Hogeschool? Meld je dan nu aan voor een van onze meeloopdagen in Tilburg.

Toekomst

Hoewel je tijdens je studie mogelijk al een juridisch relevante baan hebt, biedt je nieuwe titel 'Bachelor of Laws' je weer nieuwe perspectieven. Arbeidsmarktonderzoek toont aan dat er grote behoefte is aan juristen. Met je Bachelor of Laws kun je een breed scala aan functies uitvoeren bij uiteenlopende organisaties. Bijvoorbeeld bij

  • een gemeente, provincie of ministerie,
  • rechtsbijstandverzekeraars of gerechtsdeurwaarders,
  • de rechterlijke macht, het openbaar ministerie of politie,
  • juridisch adviesbureaus, de IND of Vluchtelingenwerk,
  • de advocatuur en bij het notariaat,
  • multinationals, het MKB of brancheorganisaties (zoals vakbonden).

Jeroen Jaspers

is teamleider bij de Rechstwinkel Tilburg: "In mijn vorige baan begeleidde ik psychiatrische patiënten, maar zelf werd ik daar niet gelukkig van. Het roer moest om. Ik koos voor de deeltijdopleiding aan de Juridische Hogeschool. De combinatie van studie en werk was behoorlijk pittig, maar omdat we als studenten allemaal in datzelfde schuitje zaten, hadden we ook veel steun aan elkaar. Na de opleiding kwam ik beslagen ten ijs in het werkveld en kwam zo terecht bij de Rechtswinkel. Ook nu help ik mensen, met hun juridische vraagstukken. Daar word ik wél gelukkig van."

Programma deeltijd

  • Inleiding recht
    Het vak Inleiding in het recht vormt een verhelderende kennismaking met de studie en het vakgebied. Uitgangspunt is de kennismaking met en oriëntatie op de verschillende rechtsgebieden, rechtsbronnen en de wettenbundel Daarnaast leer je werken met de wettenbundel, een eenvoudige casus oplossen en het analyseren van jurisprudentie.
  • Staatsrecht
    Hoe is de Nederlandse (rechts)staat eigenlijk georganiseerd? Het antwoord op die vraag ontdek je bij het vak Staatsrecht. Aan de hand van onder meer de Grondwet krijg je (een kritisch) inzicht bij de Nederlandse wetsystematiek, onze grondrechten, de scheiding der machten, de rechterlijke controle, het wetgevingsproces en de rechten en plichten van verschillende staatorganen (zoals bijvoorbeeld de Tweede Kamer en de burgemeester).
  • Juridische informatievaardigheden
    Een groot deel van het werk van een jurist bestaat uit het zoeken, vinden en gebruiken van informatie. Het snel kunnen vinden van de exacte informatie die je nodig hebt is immers een belangrijke vaardigheid. Tijdens je studie zul je hiermee daarom ook vaak bezig zijn. Bij het vak Juridische Informatievaardigheden leer je om efficiënt en effectief gebruik te leren maken van verschillende digitale informatiebronnen.
  • Beroepsproduct
    Voor dit beroepsproduct schrijf je een notitie over het totstandkomingsproces van een aan jou toebedeelde wet. Je leert welke stappen er doorlopen zijn tijdens het wetgevingsproces en gaat aan de slag met de vaardigheden uit het vak Juridische Informatievaardigheden. Na afloop ben je nog beter in staat om te zoeken in de parlementaire geschiedenis om zo de betekenis en de achtergrond van een wet te kunnen achterhalen.
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Burgerlijk recht
    In het vak Burgerlijk recht maak je kennis met het verbintenissenrecht en het goederenrecht, die samen weer het vermogensrecht vormen. Het vermogensrecht gaat over ‘op geld waardeerbare rechten’. Tijdens de eerste helft van het blok ligt de focus op het verbintenissenrecht.  Een verbintenis is een juridische relatie tussen twee of meer partijen, waarbij de ene partij verplicht is tot een op geld waardeerbare prestatie waarop de andere partij recht heeft. In de tweede helft van het blok staat het goederenrecht centraal. Hierbij staat niet de relatie tussen twee personen centraal (zoals in het verbintenissenrecht), maar gaat het om de relatie tussen een persoon en een goed
  • Burgerlijk procesrecht
    Bij het vak Burgerlijk procesrecht leer en bestudeer je hoe je moet procederen bij de rechter. Het is mooi om te weten welke rechten en plichten je hebt, maar hoe haal je je recht vervolgens ook daadwerkelijk bij de rechter? Daarover gaat dit vak. Diverse procedures in het burgerlijk recht komen aan de orde: de dagvaardingsprocedure, de verzoekschriftprocedure en het kort geding. Ook wordt ingegaan op onderwerpen als arbitrage, bindend advies en mediation.
  • Juridische schrijfvaardigheden 1: de brief
    Bij het vak Juridische schrijfvaardigheden 1: de brief gaat het om het aanleren van basisvaardigheden, gericht op de juridische beroepspraktijk. Je leert de belangrijkste conventies met betrekking tot vorm en opbouw van de moderne zakelijke brief en de hoofdregels voor formulering en stijlkeuze in diverse briefsoorten. Je krijgt theorie en oefeningen om je het schrijven van een eenvoudige juridische brief eigen te maken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een aanmaning, klachtenbrief, adviesbrief en een bezwaarschrift.
  • Methoden & technieken van onderzoek basis
    Het vak Methoden en technieken van onderzoek: basis biedt je de eerste handreikingen voor het opzetten van praktijkgericht kwalitatief onderzoek. Daarbij gaan we vooral in op de begrippen probleembeschrijving, doelstelling en vraagstelling. Je kunt het geleerde direct toepassen bij het schrijven van een rapport in blok 3.
  • Beroepsproduct
    Voor dit beroepsproduct schrijf je een notitie over het totstandkomingsproces van een aan jou toebedeelde wet. Je leert welke stappen er doorlopen zijn tijdens het wetgevingsproces en gaat aan de slag met de vaardigheden uit het vak Juridische Informatievaardigheden. Na afloop ben je nog beter in staat om te zoeken in de parlementaire geschiedenis om zo de betekenis en de achtergrond van een wet te kunnen achterhalen.
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Bestuursrecht
    Het vak Bestuursrecht gaat in op wat besturen is, wie bestuurt en op grond van welke bevoegdheid dat gebeurt. Daarna komen verschillende bestuurshandelingen aan de orde en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Je leert eenvoudige beschikkingen opstellen: een bestuursbesluit dat juridische consequenties heeft voor degene die de beschikking ontvangt, zoals een bestuurlijke boete, een vergunning voor een openluchtconcert of een subsidietoekenning aan een sportvereniging.
  • Bestuursprocesrecht
    Bij bestuursprocesrecht ligt het accent op hoe tegen bestuursbesluiten door (rechts)personen en andere bestuursorganen kan worden geageerd. Je leert hoe je een bezwaarschrift moet opstellen: de eerste stap in het bestuursprocesrecht om een bestuursbesluit aan te vechten, bijvoorbeeld als je het niet eens bent met de hoogte van een toegekende subsidie of een belastingaanslag.
  • Juridische schrijfvaardigheden 2: het rapport
    Wat is een rapport precies? En wat is een goed rapport? In dit vak krijg je een antwoord op deze vragen. Ook krijg je informatie over vorm, structuur en inhoud van diverse soorten rapporten en besteden we aandacht aan het taalgebruik in een rapport. De richtlijnen die je aangeboden krijgt, gelden ook voor volgende rapporten en verslagen die je tijdens de opleiding maakt, tot en met je afstudeeropdracht. De vaardigheden die je daarbij opbouwt, zullen je ook in de beroepspraktijk van pas komen.
  • Formuleren
    Van hbo-studenten mogen we verwachten dat ze aan het eind van hun opleiding correct en effectief schriftelijk kunnen communiceren. Juridische procedures zijn ingewikkeld. Toch is het de taak van een jurist om deze moeilijke materie helder uit te leggen. Taal is daarbij het gereedschap. Hoe je moeilijke zaken uitlegt en waar je op moet letten in schriftelijke communicatie leer je in verschillende vakken. Bij Formuleren kijken we vooral op zinsniveau. Zeg je eigenlijk wel wat je denkt te zeggen? Bij dit vak worden theorie en oefeningen aangeboden om (beter) te leren formuleren.
  • Beroepsproduct
    Beschrijving
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Strafrecht
    Het vak strafrecht geeft je een inleiding op het Nederlandse strafrechtsysteem. De belangrijkste strafrechtelijke onderwerpen worden behandeld. Je zult bijvoorbeeld leren wanneer een persoon verdachte is, welke opsporingsmethoden er zijn, hoe het Nederlandse strafsysteem in elkaar zit, wanneer een gepleegd feit ook daadwerkelijk een strafbaar feit is. Van veel onderwerpen leer je de belangrijkste basiskennis. Later in de studie worden deze onderwerpen verder uitgediept.
  • Strafprocesrecht
    Naast het vak Strafrecht komt ook de basis van het Strafprocesrecht aan de orde. Een van de vaardigheden waarover een hbo-jurist moet beschikken, is het kunnen omgaan met dossiers. Je gaat je verdiepen in een dossier over een belangrijke strafzaak die recent gespeeld heeft in het Nederlandse strafrecht. Je gaat speuren naar informatie, materiaal onderzoeken en analyseren en de gevonden informatie logisch ordenen.
  • Internationaal publiekrecht
    De moderne resultaatgerichte jurist kan in de praktijk niet volstaan met enkel kennis van het Nederlands recht. Als gevolg van de toenemende globalisering speelt het internationaal publiekrecht een steeds prominentere rol in de wereld en ook in de Nederlandse rechtsorde. In dit vak maak je kennis met dit boeiende rechtsgebied en krijg je inzicht in de verregaande invloed van het internationaal publiekrecht op het Nederlands recht.
  • Beroepsproduct
    Beschrijving
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moetoepassen op de eigen werksituatie.
  • Bestuursrecht vergunningen
    In het vak Bestuursrecht wordt het blokthema ‘de gemachtigde' uitgewerkt aan de hand van het onderwerp ‘vergunningen’. Enerzijds behandelen we een aantal veelvoorkomende vergunningen (zoals de bouwvergunning, de milieuvergunning, de drank- en horecavergunning), anderzijds gaan we in op de structuur van de verschillende vergunningenstelsels zodat je in staat bent ook niet in de les behandelde vergunningen te analyseren.
  • Bestuursrecht handhaving
    Wanneer een onderneming niet over de juiste vergunningen beschikt of niet aan de voorwaarden van de vergunning voldoet ligt een sanctie (dwangsom, bestuurlijke boete of intrekking beschikking) op de loer. Niet alleen ondernemingen kunnen getroffen worden door bestuursrechtelijke sancties. Datzelfde lot kan een persoon treffen die voor een bepaalde activiteit een vergunning nodig heeft. Bijvoorbeeld een bouwvergunning voor de uitbreiding van een woning. Welke spelregels gelden bij het inzetten van die sancties? Wat zijn de consequenties? Dergelijke vragen zullen aan de orde komen bij Bestuursrecht handhaving.
  • Juridische gespreksvaardigheden
    In de juridische praktijk voer je regelmatig gesprekken met cliënten. Juridische kennis staat hierbij centraal. Het is echter wel belangrijk dat je over vaardigheden beschikt om die kennis op een juiste manier over te brengen. Bij het leren voeren van juridische gesprekken is oefening essentieel en theoretische kennis over gespreksvaardigheden kan daarbij een belangrijke ondersteunende rol bieden. In deze training wordt aandacht geschonken aan een intake- en adviesgesprek. Ook wordt geoefend met technieken om slecht nieuws te brengen.
  • Beroepsproduct
    Het beroepsproduct is een oefenrechtbank. Aan de hand van een werkelijk bestaand dossier over een geschil rondom vergunningverlening of handhaving ga je een rechtbankzitting spelen. Ter voorbereiding van de zitting produceer je afhankelijk van je rol een beroepschrift of verweerschrift. Tijdens de zitting van de oefenrechtbank behartig je als gemachtigde de belangen van het bestuursorgaan of de wederpartij daarvan. Feedback op zowel de geproduceerde stukken als het optreden voor de oefenrechtbank wordt niet alleen gegeven door de docenten van de bestuursrechtelijke vakken, maar ook door een rechter uit de beroepspraktijk.
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Ondernemingsrecht
    Beschrijving
  • Verbintenissenrecht 1
    Het vak Verbintenissenrecht 1 gaat nader in op het contractenrecht. In het vak staan de totstandkoming, de inhoud en het einde van de overeenkomst centraal. Een belangrijk onderdeel van de overeenkomst wordt gevormd door algemene voorwaarden. In de praktijk maken bedrijven veel gebruik van standaard voorwaarden. Tijdens de lessen komt onder andere aan de orde wanneer deze algemene voorwaarden van toepassing zijn en in welke gevallen een bepaling in de algemene voorwaarden kan worden aangetast. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de overeenkomst in het algemeen, maar ook naar bijzondere overeenkomsten zoals de consumentenkoop.
  • Arbeidsrecht

    Bij het vak arbeidsrecht wordt aandacht besteed aan de periode van de sollicitatiefase tot aan het ontslag. Dat betekent dat uitvoerig wordt stilgestaan bij de vraag wat een arbeidsovereenkomst eigenlijk is en welke juridische consequenties een arbeidsovereenkomst heeft voor werkgever en werknemer. In dat kader wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan de vraag wat te doen bij ziekte, is er een collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing en kan een werkgever de inhoud van een arbeidsovereenkomst veranderen? Met het ontslagrecht wordt het vak afgesloten. Hoe kan een arbeidsovereenkomst worden beëindigd? Op staande voet of toch maar in onderling overleg?

  • Beroepsproduct
    Bedrijfsjuristen geven over allerlei juridische kwesties advies aan het bedrijf waarvoor zij werken. Samen met twee of drie studiegenoten breng je en advies uit aan een zelf gekozen bedrijf. Dikwijls is dat het bedrijf waar je als deeltijdstudent al werkt, maar het mag ook een ander bedrijf zijn. Je brengt een advies uit over de gekozen rechtsvorm van het bedrijf en over de juridische correctheid van de gehanteerde arbeidscontracten of één ander contract. Je advies leg je vast in een adviesrapport. 
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Formeel strafrecht
    Het formele strafrecht oftewel het strafprocesrecht geeft de spelregels die bij het toepassen van het materiële strafrecht moeten worden nageleefd. Politie en justitie zijn belangrijke spelers op het strafrechtelijke schaakbord, maar bij het verzetten van de stukken zijn zij gebonden aan de regels die zijn afgesproken en die voor een belangrijk deel zijn opgenomen in het Wetboek van Strafvordering.
  • Materiaal strafrecht
    Het materieel strafrecht is de verzamelnaam voor alle strafbepalingen, dus alle artikelen die vastleggen wat strafbaar is en wat niet. In de propedeuse maakte je hiermee al kennis en bij dit vak ga je je verder verdiepen in de algemene grondslagen van de strafrechtelijke aansprakelijkheid. Onderwerpen als causaliteit, wederrechtelijkheid, opzet en schuld zullen nader worden bekeken. De strafbare voorbereiding, de strafbare poging en allerlei deelnemingsfiguren passeren de revue, naast een aantal bijzondere wetten.
  • Dossiermanagement
    Dit is een ondersteunend vak bij het werken aan het beroepsproduct. Het beroepsproduct bestaat uit het kritisch analyseren van de wijze waarop dossiers binnen de eigen organisatie van de student worden gevoerd. Dit wordt gedaan aan de hand van de besproken theorie, waarbij veel zelfwerkzaamheid van de student wordt gevraagd. Deeltijdstudenten weten als geen ander hoe belangrijk het is dat dossiers makkelijk zijn te vinden, goed zijn opgebouwd, alle relevante informatie bevatten, etc.
  • Beroepsproduct
    Het beroepsproduct bestaat uit een kritisch onderzoek naar de wijze waarop binnen de eigen organisatie van de student dossiers worden gevormd, beheerd, afgesloten en overgedragen. Tevens wordt gevraagd om te reflecteren op de eigen rol die de student speelt in dit proces van dossiermanagement. Aan de hand van de besproken theorie dient de student conclusies te trekken over de gehanteerde wijze van dossiermanagement en aanbevelingen te doen voor mogelijke verbeteringen.    
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Rechtspsychologie / ethiek
    In het strafproces spelen allerlei menselijke factoren een rol die we niet of slechts indirect terugvinden in het onderzoek naar het handelen van de verdachte. Hoe en op welke wijze wordt een verdachte ondervraagd? Hoe worden bewijsmiddelen geïnterpreteerd? Dit soort vragen spelen een rol bij een rechtspsychologische benadering van de (straf)zaak.
  • Kritisch denken
    De laatste jaren is er in toenemende mate aandacht voor ‘kritisch denken’. Zeker in het hoger onderwijs is het systematisch doordenken en analyseren van vooronderstellingen die bewust of onbewust ten grondslag liggen aan ideeën, theorieën en opinies een belangrijke competentie geworden. Dingen zijn niet altijd zoals ze op het eerste gezicht lijken. In dit onderdeel behandelen we denkfouten die een kritisch oordeel in de weg staan. 
  • Presenteren

    Een jurist heeft zijn 'kennis als materiaal en de taal als gereedschap’, wordt terecht beweerd. Daarom worden er hoge eisen gesteld aan de taalvaardigheid van juristen. Omdat er met juridische taaluitingen vaak grote belangen gemoeid zijn, is het noodzakelijk dat je je vanaf het begin van je opleiding bekwaamt in (juridische) communicatieve vaardigheden.

    Tijdens je opleiding willen we je gedegen voorbereiden op je afstuderen en je carrière. De ontwikkeling van schriftelijke en mondelinge taalvaardigheden speelt hierin een belangrijke rol. De schriftelijke taalvaardigheden zijn in de propedeuse aan de orde geweest. In het mondelinge deel dat nu aan de orde is, leer je hoe je overtuigend en gestructureerd een boodschap kunt overbrengen op je publiek.

  • Beroepsproduct

    Voor dit beroepsproduct neem je de rol aan van een gerechtssecretaris bij een rechtbank en ondersteun je de politierechter bij de voorbereiding van een strafzaak. Vervolgens ben je als griffier aanwezig bij de strafzitting en verantwoordelijk voor de uitwerking van de strafzaak die op de zitting wordt behandeld. Aan het eind van het blok maak je zelfstandig twee processtukken: een ‘voorbereiding zitting’ op grond van een strafdossier en een ‘proces-verbaal/aantekening mondeling vonnis’.

  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Burgerlijk procesrecht
    Als over de onderwerpen uit Verbintenissenrecht 2 een procedure moet worden gevoerd, gaat het veelal over een vordering. In het vak burgerlijk procesrecht leer je hoe je een vorderingsprocedure moet voeren. De procedure start met een procesinleiding met een vordering. Daarna kan de tegenpartij een verweerschrift tegen de vordering indienen, waarna de rechter een mondelinge behandeling houdt waar partijen bij aanwezig zijn. De procedure eindigt met een vonnis. In aanvulling op deze basisprocedure krijg je te maken met diverse complicaties en incidenten, zoals de vraag wat te doen als er meerdere partijen willen procederen tegen een andere partij, maar ook met de kortgedingprocedure.
  • Verbintenissenrecht 2

    Soms ontstaan ongewild rechten en plichten door bepaalde handelingen en gebeurtenissen. Dat is ook het geval bij een onrechtmatige daad. Dan lijdt iemand schade en is er een goede reden om deze schade te verhalen op een ander. Denk aan een hockeybal die door de ruit gaat bij de buren of een automobilist die een fietser aanrijdt. Wat moet worden vergoed en door wie? Zulke vragen worden bij het vak Verbintenissenrecht 2 beantwoord.

  • Argumenteren 1
    Het overtuigend kunnen onderbouwen van een standpunt en presenteren van argumenteren is een belangrijke eigenschap van een jurist. Bij dit vak leer je welke overtuigingsmiddelen je daarbij kunt inzetten en uit welke elementen een logische redenering bestaat. Je besluit het vak met een schriftelijk betoog over een casus uit het verbintenissenrecht.
  • Beroepsproduct
    Als belangenbehartiger start je voor je cliënt een vorderingsprocedure bij de rechtbank met een procesinleiding. In de procesinleiding maak je met argumenten duidelijk waarom de tegenpartij moet betalen en onderbouw je welke schade je vordert.
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van SWI. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Burgelijk procesrecht
    Nadat je in de propedeuse leerde over de basisbeginselen van de procedure ga je in dit vak leren waar je verder op dient te letten als je een verzoekprocedure voert. Je leert wie de belanghebbenden zijn, hoe die zich in de procedure kunnen mengen, hoe je een voorlopige voorziening kan vragen aan de rechter of een ander verzoek kunt doen.
  • Personen- en familierecht
    Het personen- en familierecht begeleidt de mens in juridisch opzicht van de wieg tot aan het graf! Na de geboorte of adoptie krijgt het kind een naam en komt het onder gezag van (meestal) zijn ouders te staan zolang het minderjarig is. Later zal het wellicht gaan trouwen of kiezen voor een geregistreerd partnerschap. In een groot aantal gevallen eindigt de relatie helaas in een echtscheiding. Zaken als een omgangsregeling, recht op informatie en alimentatie spelen dan een rol: in dit vak wordt op dit alles nader ingegaan.
  • Mediation
    Binnen de juridische beroepspraktijk is het kunnen hanteren van conflicten van essentieel belang. In de training Mediation maak je kennis met de theorie van conflicthantering, in het bijzonder belangenbehartiging en bemiddeling (mediation). Deze theorie ga je vervolgens toepassen en oefenen in verschillende (beroeps)situaties. Je wordt je tijdens de training bewust van je eigen stijl van conflicthantering en onderhandelen en kunt aangeven op welke punten je je nog verder moet ontwikkelen om constructief conflicten te kunnen hanteren.
  • Argumenteren 2
    Dit vak vervolgt de weg die is ingezet bij Argumenteren 1 in het vorige blok. Het accent ligt hier op mondeling argumenteren, waarbij goed luisteren, snel en alert reageren een essentiële rol spelen. Naast analyse van (juridische) betogen ga je zelf actief aan de slag. Ook maak je kennis met redeneerfouten en drogredenen. De toetsing bestaat uit een mondeling betoog aan de hand van een casus uit het Personen- en familierecht.
  • Beroepsproduct
    Bij dit beroepsproduct lever je in duo's een portfolio in. Dit portfolio bevat enerzijds een aantal documenten die samen met een medestudent worden gemaakt en anderzijds een aantal documenten die op individuele basis worden vervaardigd. De documenten bestaan uit: vragen bij de fasen van een mediationtraject en een vaststellingsovereenkomst. Het is daarbij de bedoeling dat ieder duo samen met een ander duo de verschillende fases uit een mediationtraject doorloopt.
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Methoden & technieken
    Met de basisvaardigheden van dit vak maakte al kennis in het eerste jaar. Nu leer je een onderzoek adequaat en gericht op te zetten. Er wordt dieper ingegaan op de begrippen probleembeschrijving, doelstelling en vraagstelling. Je leert een onderzoeksplan op te stellen, data te verzamelen en te analyseren, een juridisch onderzoek te doen en hierover te rapporteren.
  • Bestuur & beleid
    Bij het besturen van ons land is het formuleren, uitvoeren en evalueren van beleid erg belangrijk. Bij dit vak komt daarom aan de orde wat beleid nu eigenlijk is, hoe het tot stand komt,  hoe het geformuleerd moet worden in een beleidsnota en welke rol een beleidsmedewerker daarbij speelt. Bij dit alles is basale kennis van bestuurskunde onmisbaar. Daaraan zal daarom ook aandacht worden besteed in dit vak.
  • Gemeenterecht / inclusief O.O.D.
    Wat is de verhouding tussen rijk en gemeente? Waarom verleent de ene keer de burgemeester een vergunning en in andere gevallen het college? Na het volgen van dit vak heb je inzicht in de belangrijkste elementen van de gemeentelijke organisatie. Aan de hand van de organisatie, de taken en de bevoegdheden van het gemeentebestuur wordt een beeld geschetst van de bestuurslaag waarmee burgers het meest te maken hebben. Bijzondere aandacht is er in dit vak voor de mogelijkheid tot het verkrijgen van schadevergoeding na onrechtmatig en rechtmatig overheidshandelen.
  • Ruimtelijke ordeningsrecht
    Bij het vak Ruimtelijk ordeningsrecht staan de Wet Ruimtelijke Ordening en het Besluit Ruimtelijke Ordening centraal. Er wordt ingegaan op de drie niveaus waarop ruimtelijke plannen een rol spelen. Het zwaartepunt van dit vak ligt bij het bestemmingsplan. Aan de hand van een praktijkvoorbeeld worden alle aspecten van planvorming, inclusief het afwijken daarvan, besproken. Ook de leerstukken planschade en grondexploitatie maken deel uit van de inhoud van dit vak.
  • Beroepsproduct

    Beleidsmedewerkers zijn deskundig op een bepaald terrein en adviseren als ze bij de overheid werken het bestuur over allerlei onderwerpen en daarbij te maken (beleids)keuzes. Dit blok leg je contacten met (bij voorkeur) een overheidsinstelling of een bestuurder van een overheidsinstelling (gemeenteraadslid, wethouder).
    Overheidsinstellingen hebben op veel terreinen beleids- en beoordelingsruimte die ingevuld moet worden. “Willen wij in deze gemeente cameratoezicht en waar dan? Is het nuttig om een bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing te geven aan overlastgevende bewoners en wanneer dan? Hoe moeten we omgaan met internetverkopen vanuit woningen?”
    Het zijn voorbeelden van vragen uit de praktijk.  Je geeft in een beleidsadvies antwoord op dergelijke vragen. Om dat te kunnen doen moet je een methodisch verantwoord onderzoek verrichten. De opzet en de uitkomst van dat onderzoek leg je vast in een onderzoeksrapport. 

  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Goederenrecht
    Goederenrecht vormt samen met verbintenissenrecht een onderdeel van het vermogensrecht, dat gaat over op geld waardeerbare rechten en hoort bij het privaatrecht. In dit blok kijken we naar de relatie tussen een persoon en een goed,  dus naar eigendom en de overdracht van eigendom maar ook naar rechten die op de een of andere manier van eigendom afgeleid lijken te zijn, de zogenaamde beperkte rechten zoals erfpacht, erfdienstbaarheid en opstalrecht. Vooral pand en hypotheek - voor de praktijk van het recht zeer belangrijk – zullen uitgebreid aan bod komen.
  • Insolventierecht
    Als een persoon of bedrijf zijn financiële verplichtingen niet kan nakomen, wordt vaak faillissement aangevraagd. De schuldenaar verkeert dan ‘in een toestand waarin hij heeft opgehouden te betalen’. In het vak insolventierecht behandelen we de procedurele aspecten van de faillissementsprocedure en de procedure inzake de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Ook komen de rechten en plichten van de betrokkenen aan bod.
  • Executie- en beslagrecht
    Het Executie- en beslagrecht zorgt er onder andere voor dat vermogensbestanddelen (goederen en geld) waarover geprocedeerd wordt, worden veilig gesteld en dat naleving van rechterlijke uitspraken kan worden afgedwongen. Als eiser heb je immers niets aan een uitspraak van een rechter wanneer deze bijvoorbeeld de levering van een woning inhoudt, terwijl deze woning tijdens de duur van de procedure al is doorverkocht aan een derde. Het beslagrecht maakt (conservatoire) beslaglegging op de woning voor de duur van de procedure mogelijk, zodat de eigenaar van de woning deze ondertussen niet kan vervreemden aan een derde. Wanneer de rechter deze eigenaar uiteindelijk veroordeelt tot het daadwerkelijk leveren van de woning aan de eiser, maakt het executierecht het vervolgens mogelijk dat levering ook plaatsvindt wanneer de eigenaar niet vrijwillig meewerkt aan de overdracht via de notaris. Aan de orde komen de executievormen en de diverse vormen van beslaglegging.
  • Informatiemanagement
    Bij het vak informatiemanagement ga je voor de organisatie waar je werkt de aanwezige informatiestromen in kaart brengen, beoordeel je onder meer de kwaliteit en betrouwbaarheid van deze informatie en bekijk je de manier waarop de informatie in jouw organisatie expliciet wordt gemaakt.  N.a.v. van jouw onderzoek voorzie je de organisatie waar je werkt van concrete aanbevelingen.
  • Beroepsproduct
    Als juridisch medewerker van een deurwaarderskantoor of van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet maak je een nieuwsbrief waarmee je de lezers op de hoogte brengt van nieuwe ontwikkelingen op het terrein van goederenrecht, insolventierecht en executie- en beslagrecht. Dat betekent dat je een aantal recente uitspraken uitlegt aan je lezers, dat je ze vertelt over aankomende wetgeving en relevante weetjes. Daarnaast stel je een rapport op over het informatiemanagement op je eigen werkplek. Je onderzoekt de informatiestromen, de kwaliteit van de informatie en je eigen rol bij de manier waarop informatie wordt verduidelijkt. Je maakt voor je rapport een procesflow van een onderdeel van de verschillende informatiestromen binnen je bedrijf.
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Kwaliteitsmanagement
    Uit onderzoek is gebleken dat mensen en organisaties die heldere doelen stellen effectiever zijn dan mensen en organisaties die geen doelen stellen. Daarnaast toont onderzoek aan dat het stellen van tussenmetingen zorgt voor een aanzienlijke verbetering van de prestaties. Kortom, dit zijn instrumenten waarmee je de kwaliteit van je organisatie kunt verbeteren. In dit blok gaan we daarbij uit van model op organisatieniveau: het INK-model (Instituut Nederlandse Kwaliteit). Dit is een model dat uitgaat van dynamiek en beweging. En waarin bedrijfsprocessen centraal staan. 
  • Beroepsproduct
    Beschrijving
  • Keuzevakken
    Zowel in blok 1 als in blok 2 van het vierde jaar worden er drie keuzevakken aangeboden, waarvan je er per blok twee kiest. Dit blok kun je kiezen uit: Leerstukken strafrecht en jurisprudentie, Koop- en burenrecht en Bestuursprocesrecht. Lees meer...
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Kwaliteitsmanagement (vervolg)
    Wat bepaalt de kwaliteit van een product? Geen makkelijk te beantwoorden vraag. Als het gaat over de kwaliteit van juridische dienstverlening zelfs nog lastiger. Wat bedoelen we met kwaliteit en hoe realiseer je de gewenste kwaliteit van een product of dienst? Is dat wel genoeg? Moet je als organisatie steeds verbeteren en hoe dan? Wie is verantwoordelijk voor kwaliteit en kwaliteitsverbetering? Voor de toetsing van het vak analyseer je aan de hand van het INK-model aspecten van management en kwaliteitszorg in je eigen organisatie in twee papers.
  • Beroepsproduct
    Beschrijving
  • Keuzevakken
    Zowel in blok 1 als in blok 2 van het vierde jaar worden er drie keuzevakken aangeboden, waarvan je er per blok twee kiest. Dit blok kun je kiezen uit: Jeugd en veiligheid, Arbeidsrecht, Socialezekerheidsrecht 1. Lees meer...
  • Start afstuderen
    Met de afstudeeropdracht toon je aan dat je beginnend beroepsbeoefenaar bent en dat je zelfstandig een goed praktijkgericht, juridisch onderzoek kunt opzetten, uitvoeren en presenteren. De opdracht komt van een externe opdrachtgever. De afstudeermentor en een gecommitteerde geven een beoordelingsadvies voor de afstudeeropdracht en na een mondelinge presentatie volgt de definitieve beoordeling door de docenten. In blok 2 maak je een onderzoeksopzet, geholpen door een vakdocent.
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Afstuderen
    Met de afstudeeropdracht toon je aan dat je beginnend beroepsbeoefenaar bent en dat je zelfstandig een goed praktijkgericht, juridisch onderzoek kunt opzetten, uitvoeren en presenteren. De opdracht komt van een externe opdrachtgever. De afstudeermentor en een gecommitteerde geven een beoordelingsadvies voor de afstudeeropdracht en na een mondelinge presentatie volgt de definitieve beoordeling door de docenten. In blok 3 verzamel je gegevens, ga je die verwerken en begin je met het schrijfproces.
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.
  • Afstuderen
    In blok 4 schrijf je de gehele afstudeeropdracht en houd je een presentatie voor de afstudeerdocenten en een gecommitteerde. Tijdens het uitvoeren van de afstudeeropdracht krijg je, naast inhoudelijke begeleiding, op verschillende momenten ondersteuning voor Methoden & technieken en Rapporteren.
  • Praktijkleren
    Het onderdeel 'praktijkleren' vormt de verbinding tussen je werk en het onderwijsprogramma. Doel is om je handvatten te bieden voor het plannen en sturen van de eigen loopbaan en je te ontwikkelen tot een verantwoordelijke professional. De reflectie op je studieresultaten, je werksituatie en de ontwikkeling van je competenties zijn een wezenlijk onderdeel van praktijkleren. Gesprekken met je coach en de samenstelling van een eigen portfolio spelen hierbij een belangrijke rol. Er wordt gebruikgemaakt van theorieën op het gebied van management & organisatie, die je moet toepassen op de eigen werksituatie.

Studeren in deeltijd

De combinatie van studie en werk met een sociaal leven is niet gemakkelijk. De Juridische Hogeschool is je coach en begeleider tijdens het studietraject met oog voor jouw persoonlijke situatie.
Het is moeilijk om precies aan te geven hoeveel tijd de deeltijdstudie aan de Juridische Hogeschool je kost. Elke maandag volg je lessen, daarnaast heb je tijd nodig voor zelfstudie. Die hoeveelheid tijd is persoonlijk. Onze inschatting is dat de wekelijkse uren voor zelfstudie tien tot vijftien uur bedragen.

Waar: Meerkoldreef 6 in Tilburg
Wanneer: elke maandag van 13.45-21.15 uur
Bereikbaarheid: op loopafstand van Station Tilburg University
Parkeren: gratis bij het gebouw

Praktijkleren

De deeltijdopleiding van de Juridische Hogeschool hecht sterk aan de samenhang tussen onderwijs en praktijk. Door praktijkleren werk je aan de ontwikkeling van juridische competenties. Afhankelijk van je persoonlijke situatie vul je het praktijkleren in. Heb je al een juridische functie, dan kun je de praktijkopdrachten uitvoeren binnen je eigen werk. Heb je (nog) geen juridisch werk, dan kun je op een alternatieve, bij jouw passende manier praktijkervaring opdoen. Dat kan door zelf juridische praktijkopdrachten  te verwerven, stage te lopen of vrijwilligerswerk te doen. Een coach begeleidt je gedurende de hele opleiding bij het praktijkleren.

Studiekosten

Voor het studiejaar 2017-2018 bedraagt het collegegeld voor de deeltijdopleiding € 1.896,-. Dit is het wettelijke collegegeld. Je betaalt het wettelijke collegegeld als je:

1. voor een bacheloropleiding niet eerder een bachelorgraad hebt behaald of voor een masteropleiding niet eerder een mastergraad hebt behaald en
2. Afkomstig bent uit de Europese Unie, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein, Suriname of Zwitserland.

Voldoe je niet aan (een van) bovenstaande voorwaarden, dan betaal je het zogenaamde instellingscollegegeld.
Het instellingscollegegeld voor 2018-2019 bedraagt € 5600,- (kijk voor meer informatie op www.ocenw.nl). Wil je uitzoeken wat het collegegeld voor jou is voor het huidige studiejaar? Maak dan gebruik van de Fontys-collegegeldmeter.

Gebouw

De deeltijdopleiding van de Juridische Hogeschool is gehuisvest in de Tilburgse locatie: een knus en overzichtelijk onderkomen met voldoende eigen parkeerruimte en op loopafstand van NS Station Tilburg Universiteit. Natuurlijk beschikt dit pand over de noodzakelijke faciliteiten, zoals studentenwerkplekken en een goed uitgeruste mediatheek.

In dit kleinschalige gebouw zijn alle gezichten al snel bekend en vertrouwd en ben jij zelf ook zichtbaar. Docenten, coaches en ondersteuners zijn toegankelijk en de lijnen zijn kort. Met deze kleinschaligheid en persoonlijke benadering scoort de Juridische Hogeschool onverminderd hoog in de jaarlijkse kwaliteitsevaluaties, zoals de Nationale Studenten Enquête.

Toelating & aanmelden

Om toegelaten te worden tot de opleiding HBO-Rechten beschik je over:

  • een havo- of vwo-diploma
  • een mbo-diploma niveau 4.

    Aanmelden doe je via Studielink vóór de eerste collegedag op 27 augustus 2018 (maar liever eerder, natuurlijk).

    Heb je vragen, behoefte aan een persoonlijk gesprek of wil je gewoon eens praten over de mogelijkheden, neem dan contact op met Thea van Lent, tel: 08850-73970.