Analyseren

Formuleren en oplossen van rechtsvragen, op basis van een analyse van de praktijk en van de juridisch relevante feiten en juridische bronnen.

Voordat de jurist een beroepsproduct maakt, dient hij de praktijk te analyseren. Vervolgens formuleert hij de juridisch relevante vragen bij een casuspositie. Hij beschikt over onderzoeksvaardigheden: hij gaat systematisch te werk door de relevante juridische bronnen te selecteren en verzamelen, zoals wetgeving en jurisprudentie. Zijn analyse omvat het proces van verzamelen, selecteren, kwalificeren en analyseren van de praktijksituatie, de daaruit voorvloeiende relevante feiten en juridische bronnen. De jurist moet dit volledige proces doorlopen om een goed beroepsproduct op te leveren.

Adviseren

Een voor de praktijk bruikbaar juridisch advies geven op basis van een analyse.


Nadat de jurist de adviesvraag heeft verhelderd, onderzoekt hij de feiten, standpunten, belangen, rechtsbronnen en toepasselijke rechtsregels. Na een analyse brengt hij mondeling of schriftelijk in passende vorm en taalgebruik een onderbouwd advies uit, waarbij zijn overwegingen inzage geven in hoe het advies tot stand is gekomen en hoe hij rekening houdt met aspecten als: klantvriendelijkheid, effectiviteit, bruikbaarheid en draagvlak.

Belangen behartigen

Juridische belangen van anderen behartigen door rechtsbijstand te verlenen, te onderhandelen en te bemiddelen.

De jurist treedt op als belangenbehartiger voor personen en organisaties. Het behartigen van belangen kan bestaan uit gerechtelijk of buitengerechtelijk vertegenwoordigen en kan mondeling of schriftelijk gebeuren. De jurist maakt daarbij gebruik van een gedegen juridische analyse en zet op het moment dat de situatie dit vereist onderhandelings- en/of bemiddelingstechnieken in. De jurist onderhoudt voorts in alle fases van het vertegenwoordigen het contact met de cliënt en kan zijn keuze voor een (conflicthanterings-) methode goed onderbouwen.

Beslissen

Duiden en wegen van juridische argumenten en maatschappelijke factoren. Op basis hiervan vaststellen, verantwoorden en vastleggen van de rechtspositie van één of enkele (rechts-) personen.

De jurist neemt namens een klant of organisatie een beslissing of bereidt deze beslissing voor. Bij de beslissing worden juridische argumenten en maatschappelijke factoren onderkend en betrokken. De jurist kan een beslissing onderbouwen en formeel vastleggen. Beslissingen kunnen betrekking hebben op de publiekrechtelijke en op de privaatrechtelijke sfeer.

Reguleren

Opstellen en wijzigen van regelgeving.





De jurist stelt generieke regelingen op. Ook het wijzigen van bestaande regelingen behoort tot deze competentie.

Dossier managen

Aanleggen en beheren van juridische dossiers, bewaken van de doorloop en de samenhang, afsluiten en overdragen ervan.



De jurist draagt zorg voor het aanleggen, beheren, ontsluiten en overdragen van juridische dossiers. Ook de bewaking van termijnen maakt onderdeel uit van deze competentie. Hij bewaakt termijnen en indien nodig zorgt hij voor archivering of draagt het dossier over aan een collega in de eigen organisatie of de keten.

Organiseren

Efficiënt en effectief uitvoeren en regisseren van organisatieprocessen in een juridische context,     met aandacht voor legal tech, juridisch proces- en kwaliteitsmanagement, kennis- en informatiemanagement en innovatie.

De jurist draagt in een juridische beroepsomgeving zorg voor het aanleggen, beheren, ontsluiten en overdragen van juridische dossiers en informatie in de eigen organisatie of de keten. Hij is in staat juridische dienstverlening, processen of projecten efficiënt en effectief in te richten en uit te voeren. Daarbij heeft hij oog voor (digitale) ontwikkelingen die kansen bieden voor vernieuwing en verbetering van juridische diensten en processen. Hij kan samenwerken met professionals van verschillende disciplines en zoekt continu naar mogelijkheden om zijn eigen functioneren en dat van de organisatie te verbeteren.